Page tree
Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Let op! Deze pagina is gericht op het aanroepen van GetConnectoren met resultaat in XML formaat. Ben je op zoek naar XML formaat? Lees dan dit artikel: GetConnector HTTP API

Om een GetConnector aan te roepen via ProfitConnect in RAW XML (AFAS XML) formaat heb je twee dingen nodig:

  1. Een (ingericht) Profit Connect Queue ID (met whitelist op het IP waar je verbindingen vandaan komen)
  2. Een GetConnectornaam welke de gegevens bevat om aan te roepen

Op Queue-niveau binnen Profit Connect wordt bepaald hoe om moet worden gegaan met caching. GetConnectoren kunnen live worden uitgevoerd, kunnen op cache terugvallen of kunnen op cache terugvallen indien live te lang duurt.

Het standaard Endpoint voor een GetConnector met RAW XML resultaat op Profit Connect is:

Vervang hierbij [QUEUEID] voor het Queue ID binnen Profit Connect (normaal gesproken een 40 karakter lange SHA1 (A-F, 0-9) hash) en vervang [CONNECTORNAAM] voor de naam van de GetConnector zoals aanwezig binnen de aan de Queue gekoppelde AFAS Profit omgeving.

Let op! Het QUEUEID is de identifier die je toegang verschaft tot de data uit Profit en kan gezien worden als een wachtwoord. Het is dus belangrijk om het QUEUEID geheim te houden.

Parameters

Aansluitend zijn aan de Endpoint-URL de volgende parameters mee te geven in de URL:

Operator (URL)Omschrijving & voorbeeldwaarde(n)

filter:[FILTER]

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een filter door aan Profit volgens de AFAS Snelfilter Operators;

&   = Eindigt op
@  = Begint met
*    = Bevat
... Etc.

Geef meerdere filters op met && (2x 'en-teken')
Geef een of-filter op met || (2x 'pipe')

Bijvoorbeeld:

Naam eindigt op B.V. en Insturen = J (ja/true/waar) en Naam bevat iPub en NaamPersoon bevat Wietse

skip:[INT]Skip X records bij het ophalen, -1 is n.v.t. (skip 0, take 10 = 10 records ophalen vanaf het begin)
take:[INT]Take X records bij het ophalen, -1 is n.v.t. (skip 0, take 10 = 10 records ophalen vanaf het begin)

Fouten

Icon

Let op! Er worden geen foutmeldingen gegeven: deze zouden niet voldoen aan de standaard XML opmaak. Wanneer er zich in de backendcommunicatie een fout voordoet, wordt geen (leeg, null) resultaat gegeven.

  • No labels